Ik ben Petra van de Laar, 

wie ben ik nu eigenlijk?

Mijn leven is vanaf dat ik geboren ben niet bepaald over rozen gegaan. Jarenlang heb ik ‘overleefd’ in plaats van ‘geleefd’. Ik heb me aangepast aan anderen om erbij te horen.

Ik ontwikkelde mijn intuïtie supersterk, zodat ik als de beste een ander kon ‘pleasen’. Wat was ik bang om buitengesloten te worden…

Daardoor kwam ik steeds verder af te staan van wie ik nu werkelijk was. Ik wist niet eens wat ik zelf wilde, kon mijn eigen wensen niet eens zien, zo was ik op anderen gericht.

Ik werd daardoor wel een uitstekende hulpverlener en coach. Zonder dat cliënten mij letterlijk vertelden wat ze nodig hadden, of waar ze mee worstelden, wist ik dit al. Mensen waren erg tevreden over mij.

Maar, ik voelde dat er iets niet klopte. Wat had ík eigenlijk nodig? Waar had ík behoefte aan? Mijn werk als psychosociaal hulpverlener vond ik steeds minder leuk. Er ontbrak iets, …maar wat…

De tweeling

Ondertussen hadden mijn partner en ik in 1994 een tweeling gekregen. De oudste, Pelle, was geboren met 3 hartafwijkingen. Hij moest vanuit het ziekenhuis in Breda met spoed naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Hier moet hij zijn eerste bijna-dood-ervaring hebben gehad.

Ons kleine mannetje was een vechter. Maar wat een moeilijk leven had hij voor zichzelf uitgestippeld. Na 9 weken mocht hij eindelijk mee naar huis. Zijn broertje was ondertussen een gezonde stevige Hollandse baby. Het verschil tussen de twee bleek groter dan we verwacht hadden, zagen we, toen ze eindelijk weer samen waren.

Pelle begon te huilen…dag en nacht…soms was hij 10 minuten stil, dan huilde hij weer uren aan een stuk. Dit heeft 9 maanden geduurd. Pelle bleek uiteindelijk spastisch en lichamelijk gehandicapt. Wat had hij het moeilijk met het leven hier op aarde.

We laten je los

Mijn eerste moederdag. Mei 1995. Pelle was 9 maanden oud en lag in het ziekenhuis in Breda. Hij was aan het herstellen van een RS-virus, een verkoudheidsvirus. Hij lag bij mij op schoot en ik zie ineens dat hij stopt met ademen. Met spoed werden we naar het kinderziekenhuis in Rotterdam gebracht vanwege hevige epileptische aanvallen.

Ik zat heel de nacht aan zijn bed. Tegen de ochtend zag ik dat zijn koorts opliep naar bijna 42 graden. Mijn lieve kleine schat was aan het vechten. Met zichzelf, met zijn leven… ik zag het gebeuren en wist dat het misschien wel eens tijd kon zijn…

In gedachten begon ik tegen hem te praten…

‘Lieve Pelle, ik zie je gevecht, ik zie hoe zwaar je het hebt in je leven tot nu toe….zoveel huilen… lieve jongen, als je besluit om te stoppen met dit leven, dan snap ik dat. Je hebt nog geen een leuke dag gehad tot nu toe. Je mag gaan van mij. Ik zal je ontzettend missen, en je papa en je broertje ook, maar wij houden zoveel van je, dat wij je los kunnen laten. Onze verbinding zal altijd blijven bestaan.’

Niemand van de artsen had verwacht dat Pelle deze nacht zou overleven… maar ons mannetje besloot te blijven.

Een nieuwe fase

Na deze tweede keer dat Pelle niet dood ging, zagen we een heel ander kind. Voor het eerst in zijn leven lachte hij! Met tranen in mijn ogen stond ik te filmen terwijl zijn papa een kiekeboe-spelletje met onze tweeling deed en Pelle zelfs schaterlachte.

Het leven werd wat makkelijker voor Pelle, en ook voor ons nu hij meer ontspannen was. Het eindeloze huilen was gestopt. Hij had vrede met het leven in een lijfje wat gehandicapt was. Hij had besloten nog (een tijdje) te blijven.

Voorbereiden op de dood

Toen hij 2 ½ jaar was kreeg Pelle een grote open-hart-operatie. Deze slaagde en we waren opgelucht! Al snel bleek dat hij een bacterie binnen had gekregen, waardoor hij in coma raakte. Weer was hij bijna dood. Ik nam weer afscheid van hem. En weer bleef hij leven.

Zijn leven was nog niet rond, nog niet af. Hij moest echter wel in het ziekenhuis blijven, want hij kon niet meer zelfstandig ademen. Allerlei onderzoeken volgden.

Op een ochtend in maart 1997 zat ik aan zijn bed. We wachtten op de fysiotherapeut. Pelle heeft nooit kunnen praten. Ineens hoorde ik een stem die tegen me zegt: ‘Mama, en wat als ik het nou eens niet zelf kan?’ Ik wist dat dit Pelle was, die in mijn hoofd tegen me praatte. Ik antwoordde als vanzelf: ‘Ach jongen, daar heb ik niet eens bij stilgestaan, dat jij niet meer zelfstandig zou kunnen gaan ademen. Maar als dat zo is, dan laten we je gaan. Wij zullen altijd van je blijven houden, je blijft voor altijd ons kind.’

Een paar dagen later overleed Pelle. Heel rustig en zachtjes, terwijl hij overging van mijn schoot naar de schoot van zijn vader en zijn tweelingbroertje rustig in dat kamertje aan het spelen was. Het was een bijzondere dag, een bijzonder mooie dag durf ik rustig te zeggen.

Pelle heeft mij voorbereid op zijn dood. Hij wist dat hij zou overlijden. Hij was niet bang. Allebei wisten we dat het is zoals het is en dat het zo goed is.

Hij leerde ons hoe te sterven… hij bepaalde zijn eigen tijd. Hij had de regie. Zijn ziel was veel ouder dan zijn lijfje. Ik heb hem laten sterven, ik gaf hem daarin alle vrijheid.

Zijn dood had een schoonheid, was zo puur.

Zijn leven was voltooid. Wat hij hier op aarde kwam doen, dat had hij gedaan.

We begrepen elkaar.

Het was goed zo.

Wat ben ik trots en blij dat ik zijn mama was en nog altijd ben natuurlijk.

Mijn visie op het leven veranderde door alles wat we samen hadden meegemaakt.

Ondanks dat, dit mooie verhaal… heb ik heel wat tranen vergoten, Ik heb mijn zoontje verschrikkelijk gemist. Ik heb net als ieder ander, een rouwproces doorleefd. Ik ben en blijf mens! En dat is maar goed ook. Daarom ben ik ook hier op aarde, om ervaringen op te doen.

Waar is hij nu?

Ik ben op zoek gegaan naar waar hij gebleven was. Want dat hij zomaar ‘weg’ zou zijn, dat kon niet. Een hele zoektocht op spiritueel gebied volgde. Mijn persoonlijke onderzoek. Diverse opleidingen en trainingen, waarbij ik ontdekte dat leven na de dood heel natuurlijk is. Dat communicatie met overledenen mogelijk is. Dat mijn kind verder leefde, aan de andere kant.

Nu leert hij mij hoe het leven aan de andere kant eruit ziet. Dat contact is zo mooi en voor mij nog altijd bijzonder. Hij is net als mijn andere zoon, een toffe gast met humor op zijn tijd. Inmiddels mag Pelle kinderen begeleiden die net als hij klaar zijn met hun leven op aarde.

Mijn nieuwe leven

Inmiddels is het eind 2017. Het jaar waarin ik 50 werd. Het jaar van keuzes maken. Wat wil ik? Wie ben ik? Ga ik het doen? Durf ik het? Want wat als ik ga praten…. En zeg dat mijn kind een prachtige ziel is, die zijn leven hier op aarde bewust kort leefde, om ons te leren over het leven. Om mij te helpen met mijn zielsmissie. Zouden mensen mij voor gek verklaren?

Ik was bang.

In 2017 veranderde dat. Ik wilde moeders van overleden kinderen helpen, maar iets hield me tegen.

Weer besloot ik een coach te nemen. Marieke Zwinkels hielp mij enkele diepgewortelde overtuigingen en ‘vows’ te breken. Waaronder de ‘vow’ of ‘eed’ dat ik niet mocht praten.

Nu, eind 2017, ben ik klaar om mijn visie op het leven en de dood met de wereld te gaan delen.

Ik ben een sterk ontwikkelde intuïtieve coach op het gebied van sterven en rouwen, met een grote dosis doorleefde levenservaring, kennis en wijsheid.

Wat een reis heb ik gehad. Prachtig, bijna onbeschrijfelijk.

Maar ook pittig. Mijn partner en ik zijn niet meer bij elkaar en dat is verdrietig. Er zijn meer mensen die het moeilijk kunnen begrijpen, zoals ik in het leven sta, in verbinding met mijn overleden kind, en met mijn engelen. Maar dit is mijn leven…

...dit is wie ik ben.

Rouwcoach, stervensbegeleidingscoach, spreekster, leraar, schrijfster en ervaringsdeskundige